Gehandicaptenzorg in Nederland

Deel 13:

Toegankelijkheid in de kinderschoenen

Ontwikkelingen in de bevordering van de toegankelijkheid voor mensen met een handicap in Nederland

1957 - 1980

Overdruk van een artikelenreeks in het tijdschrift Toegang Vrij, uitgegeven door het Centraal Coördinatiepunt ter bevordering van Toegankelijkheid (CCPT) te Rijswijk resp. het Landelijk Bureau Toegankelijkheid (LBT), Utrecht

Samengesteld door Harry Dietz

Laatste wijzigingen: 3 augustus 1999





Voorwoord

'Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd haar opnieuw mee te maken' is een uitspraak, die ook van toepassing is op de bevordering van de toegankelijkheid van de samenleving voor mensen met een handicap. Er wordt in Nederland al ruim veertig jaar aandacht gevraagd voor toegankelijke openbare gebouwen, toegankelijk openbaar vervoer en aanpassingen van woningen en in die veertig jaar is een duidelijke intensivering van de aandacht voor toegankelijk te zien geweest.

Het Centraal Coördinatiepunt ter bevordering van Toegankelijkheid (CCPT) vond de historische ontwikkeling van de Nederlandse toegankelijkheidsbevordering interessant genoeg om in de vorm van zes artikelen in het tijdschrift 'Toegang Vrij' te beschrijven. De eerste drie artikelen verschenen in 1991, de laatste drie in de periode 1996/1997.

Het begin van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland ligt in 1957, toen voor het eerst werd ingezien dat integratie van gehandicapten in de samenleving niet alleen een sociale, maar ook een 'fysieke' aangelegenheid was. Door het aanpassen van woningen, gebouwen en recreatieve voorzieningen, kortom door het aanpassen van de samenleving, kon pas echt van integratie gesproken worden.

Het eind van de 'kinderjaren' van de toegankelijkheidsbevordering hebben we in 1980 gesitueerd, toen het CCPT werd ingesteld. Daarmee werd de toegankelijkheid een onderdeel van het overheidsbeleid en bereikte de toegankelijkheidsbevordering haar volwassen stadium.

In deze tekst zijn de zes artikelen gebundeld. De artikelen zijn waar nodig bewerkt en voorzien van nieuw illustratiemateriaal.

Utrecht, december 1998


Inhoud

1. 1957: "Men ontdekt in Nederland langzamerhand dat men een invalide ook kan helpen met architectonische voorzieningen"

2. 1957: "Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen en woningen"

3. 1967: "Wonen? Wonen!"

4. 1970: Het Internationaal Toegankelijkheidssymbool

5. 1973: "Geboden Toegang", de eerste druk

6. 1976: "Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland"

Bijlagen:

Hoogtepunten in de geschiedenis van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland, 1957 - 1980

Literatuur over toegankelijkheid, 1957 - 1980


1. 1957: "Men ontdekt in Nederland langzamerhand dat men een invalide ook kan helpen met architectonische voorzieningen."

Voor zover bekend stamt de eerste aandacht in Nederland voor de toegankelijkheid van openbare gebouwen en woningen voor mensen met een handicap uit 1957. Het was de tijd waarin de 'nieuwe revalidatie-filosofie' in snel tempo terrein won. Mensen met een lichamelijke handicap moesten door middel van een complex van medische, paramedische, sociale, maatschappelijke en arbeidskundige maatregelen in staat worden gesteld hun plaats in de samenleving te herwinnen.

In het Tijdschrift voor Gebrekkigenzorg, dat werd uitgegeven door de toenmalige Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg (de voorloper van de huidige Stichting Dienstverleners Gehandicapten!) werd in 1957 een nieuw aspect aan de revalidatie toegevoegd: "Men ontdekt in Nederland langzamerhand dat men een invalide niet alleen helpen kan met medische, paramedische middelen, sociale of maatschappelijke maatregelen, maar ook met bepaalde architectonische voorzieningen."

"Een vrouw, die door haar invaliditeit ondanks een verblijf in een revalidatie-centrum niet meer in staat is voor haar man en kinderen te zorgen, blijkt in bepaalde omstandigheden weer volledig haar taak als huisvrouw en moeder te kunnen verrichten dankzij enkele eenvoudige voorzieningen in haar woning. Een man die door een ernstig lichaamsgebrek ogenschijnlijk uitgeschakeld scheen uit het arbeidsproces, kan door een combinatie van aanpassingen in zijn vervoermiddelen en in zijn huis weer een functie vervullen als man en huisvader. Zo levert ook de architect zijn bijdrage in het geheel der revalidatie!" (Tijdschrift voor Gebrekkigenzorg, 1957, nr. 4, blz. 1).

Drie aangepaste woningen

Het artikel 'Voor invaliden gebouwde woningen' uit dezelfde aflevering van het TVG toont aan, dat de toegankelijkheidsgedachte vierendertig jaar geleden nog niet echt van de grond is gekomen: "Voor zover ons bekend is, zijn er tot nu toe op drie plaatsen van ons land woningen gebouwd of in aanbouw die speciaal voor invaliden zijn ingericht, nl. in Franeker, Beverwijk en Doorn."

Het ontbreken van aanpassingen in woningen maakte de terugkeer uit een revalidatiecentrum voor gehandicapten dan ook extra zwaar: "Het is een van de ontmoedigende ervaringen van hen die een revalidatie-centrum verlaten, dat zij zich thuis zoveel moeilijker kunnen bewegen dan dit in het centrum het geval was. Tijdens de revalidatie-behandeling leerden zij zich snel en gemakkelijk verplaatsen omdat de drempels ontbraken, de deuren wijd genoeg waren, de hallen en toiletten ruimte boden voor het wenden van de rolstoel. maar thuis blijken de deuropeningen juist iets te nauw, de gangen even te smal en de W.C.'s zonder hulp niet te bereiken; de drempels en de matjes vormen onoverkomelijke obstakels."

Materiële inconventiënten

"Wie valide is kan zich nauwelijks voorstellen hoezeer de lichamelijke handicap door deze materiële inconveniënten nog wordt verzwaard. De zo gewenste zelfstandigheid wordt er door bemoeilijkt. De arbeid die men anders zou kunnen verrichten, wordt er onmogelijk door. Terwijl met deels zeer eenvoudige middelen een groot deel van de moeilijkheden kunnen worden voorkomen. Wij zijn ervan overtuigd dat menige bouwer of opdrachtgever gaarne met de genoemde mogelijkheden rekening wil houden, als zijn aandacht er eenmaal op gevestigd is." Waarna er een beschrijving volgt van de drie aangepaste woningen die op dat moment in Nederland aanwezig zijn.

Bouw-circulaire

De toegankelijkheidsgedachte die bij de NCVG leefde, werd in 1957 'vertaald' in een zogenoemde 'bouw-circulaire': een opsomming van maatregelen die in openbare gebouwen en woningen moeten worden getroffen voor mensen met een handicap.

Deze circulaire, getiteld 'Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen en in woningen' kan beschouwd worden als de voorloper van 'Geboden Toegang', het handboek dat in 1973 zijn eerste druk beleefde.

Met steun van het Bouwcentrum werd de circulaire verspreid naar een groot aantal betrokkenen in de bouwwereld.


2. 1957: "Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen en woningen'

"Het aantal mensen met lichamelijke gebreken vertoont een neiging tot toename, immers:

a. het verkeer maakt steeds meer slachtoffers;

b. het aantal patiënten dat lijdt aan chronische aandoeningen, welke invaliditeit in de hand werken, neemt in omvang toe;

c. de gemiddelde leeftijd stijgt en daarmee treedt een aantal ziekten in grotere frequentie op.

Een en ander heeft tot gevolg dat een groeiend aantal personen moeilijkheden ondervindt bij het deelnemen aan het openbare leven in brede zin, terwijl tegelijkertijd door de nieuwere inzichten op het gebied van de bejaardenzorg de mogelijkheden van deelname aan het maatschappelijk leven ook voor de ouderen toenemen.

Echter, door het ontbreken van op zichzelf niet al te ingrijpende technische voorzieningen doet de lichamelijk gehandicapte het bezwaar van zijn gebrek meer dan noodzakelijk is ervaren. Met name is dit het geval ten aanzien van technische voorzieningen welke het verkeer naar en in de openbare gebouwen mogelijk zouden maken, terwijl ook aan de verkeersmiddelen zelf de nodige aandacht moet worden besteed.

Practisch ontbreken thans deze voorzieningen en het gevolg is, dat de lichamelijk gebrekkige zich daardoor des te meer uitgesloten voelt van het normale maatschappelijke leven en dit inderdaad ook is."

Het hierboven opgenomen citaat staat in de brochure 'Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen', uitgegeven door de toenmalige Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg (NCVG). Het jaar van uitgave: 1957! Meer dan dertig jaar geleden dus. Het was de tijd waarin de problemen van mensen met een lichamelijke handicap in steeds grotere kring aandacht kregen. De NCVG timmerde op vrijwel alle maatschappelijke terreinen aan de weg om de integratie van 'lichamelijk gebrekkigen' zoveel mogelijk te bevorderen.

Ook toen al was men zich er van bewust, dat een toegankelijke samenleving één van de belangrijkste voorwaarden was om gehandicapten te laten deelnemen aan de samenleving. De toonzetting waarmee daarvoor aandacht werd gevraagd, was misschien anders dan tegenwoordig, maar aan de strekking is eigenlijk niet zoveel veranderd: "Het bestuur van de Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg zou gaarne het vertrouwen willen uitspreken, dat u, bij bouwwerken welke hetzij onder uw leiding dan wel door uw toedoen tot stand komen hetzij onder uw beheer staan, zoudt willen bevorderen dat deze voorzieningen zoveel mogelijk worden aangebracht. Het bestuur beveelt deze voorzieningen met de grootste aandrang in uw aandacht aan"!

De circulaire "Voorzieningen..." kan beschouwd worden als de voorloper van 'Geboden Toegang', het handboek over toegankelijk ontwerpen en bouwen dat in 1973 verscheen.


3. 1967: "Wonen? Wonen!"

De zestiger jaren vormen op het gebied van de bevordering van een toegankelijke samenleving voor mensen met een handicap een stille tijd. Bij de 'revalidatie' van lichamelijk gehandicapten lag de nadruk veel meer op onderwerpen als arbeid, onderwijs, sociale voorzieningen en maatschappelijk werk. Bovendien was er in dat decennium nog niemand die zich professioneel met de toegankelijkheidsbevordering bezighield. De enige organisatie die er aandacht voor vroeg was de 'Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg' (in 1964 omgedoopt tot 'Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van de Revalidatie').

Toch is er over de periode tussen 1960 en 1969 wel het een en ander te melden, vooral over de aanpassing van woningen voor mensen met een handicap. In 1960 verscheen het rapport "Woningen voor minder validen", samengesteld door onder meer de Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg, het Prinses Beatrix Poliofonds, de Nederlandse Vereniging tot Rheumatiekbestrijding, het Ministerie van Maatschappelijk Werk en het Bouwcentrum. In dit rapport werd een uitvoerige opsomming gegeven van de eisen waaraan woningen voor mensen met een handicap moesten voldoen. De samenstellers beperkten zich daarbij tot 'rolstoelgehandicapten' en 'stokgehandicapten', "omdat dit de gevallen zijn voor wie speciale voorzieningen in de woningen moeten worden getroffen".

Opvallend is, dat een onderscheid gemaakt werd in drie categorieën eisen:

- eisen van meer ondergeschikte aard (detailkwesties en afwerking, zoals de hoogte van schakelaars, kranen en aanrechten)

- wensen betreffende bijzondere voorzieningen (centrale verwarming, ijskasten, alarminstallaties) "welke alle wel belangrijk zijn voor de gehandicapte huisvrouw, maar die desnoods gemist kunnen worden zonder dat de woning onbruikbaar voor haar wordt"

- eisen betreffende het grotere oppervlak van praktisch alle ruimten in verband met de manoeuvreer-mogelijkheid.

Vooral bij deze laatste groep eisen voorzagen de samenstellers van het rapport de meeste problemen, omdat zij uitgingen van 30% meer benodigd woningoppervlak. "Dit zijn de eisen welke een aanmerkelijke verhoging van de bouwkosten ten gevolge hebben, namelijk circa f 5000,- per woning. Daarnaast levert het invoegen van deze afwijkende plattegronden in woningseries of -blokken grote moeilijkheden op uit technisch en algemeen architectonisch standpunt bezien".

Het rapport werd in het Engels vertaald en op grote schaal in het buitenland verspreid, mede op initiatief van de toenmalige "International Society for the Welfare of Cripples", de voorloper van Rehabilitation International.

Subsidie

De minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid kwam in 1961 met een verrassing: in de woningwetsector werden de extra kosten voor woningaanpassingen voortaan door het rijk gesubsidieerd. In sommige gevallen werd het bovendien mogelijk om ook in de particuliere sector (de 'premiebouw') subsidies te verstrekken voor woningaanpassingen. Het begin van de huidige Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten, die dus al een dertigjarige geschiedenis kent!

De Stichting voor Revalidatie in Zuid-Holland was de eerste organisatie die probeerde de eisen van het rapport "Woningen voor minder validen" aan de man te brengen. Arts-directeur F.R. Worisek kreeg gedaan dat de Delftse Woningbouwvereniging "Volkshuisvesting" enkele al in aanbouw zijnde woningwetwoningen bestemde voor gezinnen, "waarvan de huisvrouw rolstoelgebruikster is". In drie huizenblokken werden drie woningwetwoningen omgezet in twee aangepaste woningen, die begin 1962 in gebruik werden genomen. Een novum in de Nederlandse woningwetbouw.

Toen dit eerste schaap over de dam was, volgden er meer. Zo werden op het Utrechtse Kanaleneiland in 1962 16 woningen speciaal werden gebouwd voor mensen met reuma. Het College van B & W ging zelfs een stapje verder en bepaalde in de bouwverordening dat bij flat- en hoogbouw parterre-woningen in principe beschikbaar gesteld moesten worden aan gezinnen met een gehandicapte huisgenoot. In de nieuwe wijk Overvecht in Utrecht kwamen daardoor ruim 80 woningen beschikbaar voor mensen met een handicap. Die woningen waren in korte tijd allemaal 'volgeboekt'.

Tussen 1965 en 1968 werden in Dordrecht 30 woningen zodanig aangepast dat de gehandicapte bewoners er gebruik van konden maken.

Voorlichting

Men was zich in die jaren al goed bewust dat de bevordering van toegankelijkheid vooral een kwestie van kennis en mentaliteit was: bij architecten, ontwerpers, bouwers en gemeentebestuurders. Er werd dan ook veel energie gestoken in het maken van diverse publikaties, ook in het buitenland. Al in 1963 verscheen de eerste druk van het boek "Designing for the disabled" van Selwyn Goldsmith, dat met de nodige herzieningen in Groot-Brittannië nog steeds van grote waarde is.

De "Werkgroep Voorzieningen Openbare Gebouwen ten gerieve van Gehandicapten" van de in 1959 opgerichte Stichting Technische Voorlichting ten behoeve van Lichamelijk Gehandicapten (VLG) publiceerde in 1964 het rapport "Voorzieningen openbare gebouwen lichamelijk gehandicapten", dat in maart 1965 werd aangeboden aan de minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid. De minister "zou zo spoedig mogelijk zijn daarvoor in aanmerking komende hoofdambtenaren op de hoogte brengen van de inhoud van het rapport en tevens bevorderen dat de daarin uitgesproken desiderata zo veel mogelijk worden gerealiseerd". Bij de persconferentie die aan de aanbieding vooraf ging, konden rolstoelgebruikers niet aanwezig zijn, omdat het betreffende vertrek van de Ridderzaal niet toegankelijk was...

'Woningen voor rolstoel-gebruikers'

In 1967 werd door de Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van de Revalidatie het rapport "Woningen voor rolstoel-gehandicapten" uitgegeven. Deze publikatie was een herziene druk van het rapport uit 1960. Door het op de markt komen van nieuwe typen rolstoelen en nieuwe materialen voor vloerafwerking, bedekking en dergelijke, moesten sommige maten worden aangepast.

In 1967 verscheen ook de brochure "Wonen? Wonen!", samengesteld door de hierboven al genoemde dokter Worisek. Het waren stuk voor stuk publikaties met bouwkundige oplossingen voor de toegankelijkheidsproblemen van woningen en, in mindere mate, openbare gebouwen. (Aan de toegankelijkheid en bruikbaarheid van verkeers- en vervoersvoorzieningen werd toentertijd nog nauwelijks aandacht besteed, terwijl ook de ontoegankelijkheid en onbereikbaarheid van recreatievoorzieningen slechts sporadisch werd genoemd).

Voor het grote publiek werd in hetzelfde jaar de brochure "Bruikbaar bouwen" uitgegeven, terwijl voor alle 15.000 Nederlandse gemeenteraadsleden de brochure "Leefbaarheid" werd samengesteld.

Tenslotte werd, zij het nog onregelmatig, ook in het Tijdschrift voor Revalidatie aandacht gevraagd voor de problemen die mensen met een handicap hadden als gevolg van de ontoegankelijkheid van de samenleving.

Studiedag

Ook de eerste studiedag over toegankelijkheid werd in 1967 een feit. Door de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid in Zuid-Holland werd de studiedag "Woon- en leefmogelijkheden voor lichamelijk gehandicapten" georganiseerd, waar vooral de lezing van Ir. K.J. Mackenzie, hoofdingenieur-directeur van de Volkshuisvesting en de Bouwnijverheid in Zuid-Holland voor veel aanwezigen een 'eye-opener' was. "Als algemene opmerking mag gelden, dat de bouw van een nieuwe woning, waarbij vanaf het begin rekening is gehouden met de aanpassingen, een financieel gunstiger en qua accommodatie veelal een beter resultaat geeft, dan de ingrijpende wijziging van een bestaand pand". Let wel, het zijn woorden van dertig jaar geleden!


4. 1970: "Het Internationale Toegankelijkheidssymbool"

Na 1968 kwam de toegankelijkheidsbevordering in Nederland in een stroomversnelling. Door de grotere voorlichting over de problemen die gehandicapten ondervonden bij het bereiken en gebruiken van voorzieningen en gebouwen, werden steeds meer organisaties zich bewust van hun verantwoordelijkheden op dit punt. De ANWB gaf begin 1969 een motelgids uit met gegevens over de toegankelijkheid voor gehandicapten. Minister Bakker van Verkeer en Waterstaat pleitte ervoor dat ernstig gehandicapte autobezitters een gereserveerde parkeerplaats bij hun huis- of werkadres kregen. De Queen Elisabeth II van de Cunardlijn werd het eerste passagiersschip ter wereld dat ontworpen en gebouwd werd met speciale voorzieningen voor rolstoelgebruikers. Het nieuw te bouwen Nederlands Congresgebouw in Den Haag werd grotendeels toegankelijk gemaakt voor gehandicapten. In zwembaden werden aangepaste kleedhokjes geplaatst. In veel gemeenten werden trottoirs voortaan voorzien van verlagingen voor rolstoelgebruikers. De Nederlandse Spoorwegen namen zich na veel kritiek (rolstoelgebruikers moesten noodgedwongen in de onverwarmde en stinkende bagageijtuigen vervoerd worden) voor om de nieuw te bestellen treinstellen toegankelijk te maken voor mensen in een rolstoel. Talloze vakantie- en recreatieorganisaties begonnen met het verzorgen van aangepaste vakanties voor gehandicapten. In Rotterdam verscheen de eerste Gids voor gehandicapten met gegevens over de toegankelijkheid in Rotterdam van openbare gebouwen, warenhuizen, bioscopen, schouwburgen en musea.

Modelbouwverordening

De grotere aandacht voor toegankelijkheidsproblemen van lichamelijk gehandicapten leidde in 1968 ook tot de eerste wettelijke voorschriften: in de zogenoemde Modelbouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werden verschillende aanbevelingen opgenomen in verband met 'voorzieningen voor invaliden'. De Modelbouwverordening was bedoeld als aanbeveling voor de Nederlandse gemeenten bij het opstellen van hun gemeentelijke bouwverordening. Indien zij de VNG-aanbevelingen in hun eigen verordening zouden opnemen, werden die aanbevelingen wettelijke voorschriften.

De aanbevelingen hadden met name betrekking op de maatvoering van toiletten in openbare gebouwen en van de toegangstrap van openbare gebouwen, de aanwezigheid van een hellingbaan en van een lift en de afmetingen en inrichting van een telefooncel in gebouwen die dienden tot het vervullen van maatschappelijke plichten. (Het is overigens niet bekend hoeveel gemeenten de aanbevelingen overnamen).

Toegankelijkheidssymbool

Tijdens het 11e wereldcongres van de International Society for the Rehabilitation of the Disabled, dat van 14 tot 19 september 1969 in Dublin plaatsvond, werd het Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS) aangenomen. Na enkele maanden beziggeweest te zijn met het regelen van de auteursrechten, begon de Nederlandse Centrale Vereniging ter bevordering van de Revalidatie in 1970 een grootscheepse introductiecampagne voor het symbool. Het volgende persbericht werd verspreid:

De Internationale Revalidatie Organisatie, waarbij 42 nationale organisaties zijn aangesloten, heeft een symbool - een gestyleerde man-in-rolstoel - laten ontwerpen en aanvaard, dat kan worden aangebracht op gebouwen en bij terreinen, die ook voor gehandicapten toegankelijk zijn. Veel gebouwen en terreinen zijn door de nauwe entree's, trappenwerk, opstapjes en andere hindernissen onbereikbaar voor gehandicapten, vooral voor de rolstoelgebruikers onder hen.

De Nederlandse Centrale Vereniging ter bevordering van de Revalidatie (NCVR) in Den Haag heeft het internationale symbool betrokken bij haar landelijke actie 'integratie van gehandicapten in de maatschappij' en verleent haar medewerking het symbool in Nederland in te voeren.

Gevelplaten en stickers met dit symbool worden op aanvraag gratis beschikbaar gesteld voor de op de juiste wijze aangepaste gebouwen en terreinen.

Een commissie, gevormd namens landelijke organisaties van belanghebbenden, zal van advies dienen en er tevens toezicht op kunnen houden, dat de aldus aangemerkte gebouwen en terreinen aan de gestelde eisen voldoen.

Dit kenmerk kan worden aangevraagd voor o.a. hotels, café's, kerken, schouwburgen, bioscopen, musea, bibliotheken, zwembaden en andere openbare gebouwen, alsmede toeristische en recreatieve voorzieningen.

De eisen waaraan moest worden voldaan om het ITS te kunnen krijgen, waren gepubliceerd in de brochure 'Bruikbaar Bouwen' van de NCVR. In het eerste jaar werd het ITS uitgereikt aan restaurants, bungalowparken, enkele PTT-kantoren en GAK-kantoren.

Jan van Leer: missionaris van de toegankelijkheid

Aan de introductie van het ITS in Nederland is onverbrekelijk de naam van Ing. J.F. van Leer verbonden. Jan van Leer trad begin 1970 in dienst van de NCVR en werd de eerste 'professional' op toegankelijkheidsgebied in ons land. Als een 'missionaris' trok hij door het land om de nieuwe toegankelijkheidsfilosofie te verbreiden. In tal van tijdschriften en dagbladen publiceerde hij artikelen met een warm pleidooi voor de fysieke integratie van gehandicapten in de Nederlandse samenleving.

Metro-vervoer

Naast de toegankelijkheid van woningen, gebouwen en recreatieve voorzieningen werd na 1970 ook aandacht gevraagd voor de vervoersvoorzieningen. Zoals gezegd gingen de Nederlandse Spoorwegen over tot het aanbrengen van 'invalidenvoorzieningen' in het nieuwe treinmaterieel. Ook bij de aanleg van de nieuwe metro in Amsterdam werden op initiatief van de NCVR bijtijds de nodige voorzieningen voor rolstoelgebruikers getroffen. (Bij de metro in Rotterdam, enkele jaren eerder, waren de gehandicapten nog 'vergeten'...).

Voorlichting

In november 1970 vertoonde Socutera op televisie de film Onverschillig - Onnadenkend over de (on)toegankelijkheid van openbare gebouwen. Deze film was gemaakt in opdracht van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en met medewerking van de NCVR. Daarmee werd voor het eerst een miljoenenpubliek attent gemaakt op de toegankelijkheidsproblemen van mensen met een handicap.


5. 1973: "Geboden Toegang", de eerste druk

'Het is van zeer groot belang dat in de moderne maatschappij meer aandacht wordt gegeven aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen, woningen en recreatieve voorzieningen. Naast de grote groepen van bejaarden, hart- en reumapatiënten, stoklopers en rolstoelgebruikers ondervinden ook de moeders met kinderwagens veel moeilijkheden met bouwkundige obstakels. De moderne bouw zou niet discriminerend mogen werken ten aanzien van degenen, die er gebruik van moeten maken. Tevens is het van belang dat er voldoende voor gehandicapten aangepaste woningen worden gebouwd, waarin deze zich onbelemmerd kunnen bewegen. Voor de rolstoelgebruikers betekent dit, dat met speciale eisen rekening moet worden gehouden.'

Deze 'moderne' zinnen stammen uit de eerste druk van 'Geboden Toegang' (maart 1973), het handboek dat meer dan twintig jaar toonaangevend zou zijn voor bouwkundige voorzieningen voor mensen met een lichamelijke handicap.

Nieuw voorlichtingsmateriaal

Al in 1971 was door de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie de Adviescommissie Huisvesting ingesteld, waarvan ing. J.F. van Leer de coördinator was. Het werk van deze commissie leidde in december 1971 tot de uitgave 'Bouwkundige voorzieningen voor gehandicapten', dat als 23e aanvulling werd opgenomen in het Vademecum voor Architecten. Dat was een doorbraak, want voor het eerst in Nederland werden de architecten, die zo'n belangrijke rol moesten spelen bij de toegankelijkheid van de samenleving, geconfronteerd met concrete gegevens over de obstakels voor gehandicapten.

Op basis van deze uitgave werd in 1972 de publicatie 'Openluchtrecreatie en gehandicapten' door de NVR en de Stichting Recreatie uitgegeven, waarin vooral aandacht werd gevraagd voor bouwkundige voorzieningen rond recreatieve objecten.

Tenslotte, in maart 1973, rolde Geboden Toegang (GT) als losbladige uitgave van de persen. Het Architecten- en Ingenieursbureau Gerritse B.V. uit Dordrecht, met name de heren Ir. A. Venema en H. Groenewegen, verzorgde de technische voorbereiding en de tekeningen van de drie uitgaven.

In GT werd als criterium bij de beoordeling van de toegankelijkheid en bruikbaarheid gehanteerd 'dat de gehandicapte het object zelfstandig, zonder hulp of begeleiding, moet kunnen bereiken, betreden en gebruiken'. Het principe van wat later de integrale toegankelijkheid werd genoemd, was al in GT zichtbaar: ook niet-gehandicapten konden profiteren van toegankelijke voorzieningen, zoals mensen met koffers, ouders met kinderwagens, mensen met koffiewagens en ander rollend transportmaterieel.

Alle Nederlandse gemeenten ontvingen via het ministerie van Volkshuisvesting een exemplaar van Geboden Toegang, wat de draagkracht van deze uitgave aanzienlijk vergrootte. Er werd een speciale onderwijseditie van gemaakt en in samenwerking met het International Centre on Technical Aids werd een Engelse vertaling van GT gemaakt ('Architectural Facilities for the Disabled'), zodat het boek ook internationale faam kreeg. Er werden duizenden exemplaren van verkocht, te meer omdat in GT ook de richtlijnen waren opgenomen voor toekenning van het Internationaal Toegankelijkheidssymbool. De populariteit van het ITS steeg enorm en in 1975 waren er in Nederland al 500 gebouwen en recreatieve voorzieningen die het symbool mochten voeren.

Particuliere organisaties

De grotere belangstelling voor de toegankelijkheidsbevordering in het begin van de zeventiger jaren uitte zich op allerlei fronten. De PTT ontwikkelde richtlijnen voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid voor te bouwen en te verbouwen postkantoren. Bij de Amsterdamse Metro werden liftschachten ingebouwd. Supermarkten en banken werden steeds meer toegankelijk voor gehandicapten. Er werden aangepaste scholen gebouwd, trottoirs werden verlaagd, bij oversteekplaatsen kwamen doorrijdbare vluchtheuvels.

Rijkswaterstaat maakte begin 1972 bekend dat door haar dienst eisen werden gesteld ten aanzien van de toegankelijkheid van wegrestaurants, voorzover die op rijksgrond werden gebouwd. De benzinemaatschappijen zorgden in nieuw te bouwen stations langs de rijkswegen voor een aangepast toilet. De Nederlandse Spoorwegen kregen meer aandacht voor het vervoer van gehandicapten per trein en verleenden diverse faciliteiten, die vanaf 1974 jaarlijks in de folder 'Het reizen per trein door minder validen' werden gepubliceerd. Staatsbosbeheer begon met de aanpassing van recreatieve objecten. Vissteigers werden geschikt gemaakt voor gehandicapten, voor blinden werd op De Hoge Veluwe een natuurpad aangelegd. De ANWB werd betrokken bij een groot onderzoek naar de toegankelijkheid van hotels in Nederland. Vanaf 1972 verscheen ieder jaar de brochure 'Vakantiemogelijkheden', met een overzicht van alle bekende hotels, campings en bungalowterreinen, die mogelijkheden tot verblijf van gehandicapten boden. In 1974 schreef Veilig Verkeer Nederland de uitgave 'De gehandicapte in het verkeer'. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen adviseerde gehandicapte automobilisten over autoaanpassingen.

Kortom, tal van organisaties uit het maatschappelijke middenveld kregen oog voor de fysieke problemen van mensen met een handicap. Daarbij werd niet alleen rekening gehouden met rolstoelgebruikers, maar ook met blinden, slechtzienden, doven en slechthorenden.

Overheidsbeleid

Inmiddels was al in december 1969 de Beschikking geldelijke steun verbetering woningen en woonbuurten van kracht geworden. Hierin werd door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de gemeenten verzocht om bij de opzet van nieuwe bouwplannen tijdig na te gaan of er behoefte bestond aan een of meer aangepaste woningen, zodat hiermee van het begin af aan rekening kon worden gehouden. Dat zou kunnen voorkómen, dat achteraf hoge kosten moesten worden gemaakt om woningen alsnog aan te passen.

Minister M.A.M. Klompé van CRM beloofde in mei 1970 bij de opening van Het Dorp in Arnhem, dat het subsidiebeleid van haar departement er op gericht zou worden de toegankelijkheid voor gehandicapten als eis te stellen. Zij zou ook de andere ministeries verzoeken een soortgelijke gedragslijn te voeren.

In juli 1971 werd het voor de bouw van nieuwe overdekte sporthallen, sportzalen en zweminrichtingen verplicht om toegankelijk te zijn voor gehandicapten. Zonder die toegankelijkheid zou er geen overheidssubsidie worden verstrekt. De Staatssecretaris van CRM kondigde in de Staatscourant van 10 september 1971 zelfs aan, dat een 'Wet op de toegankelijkheid van het openbare leven voor gehandicapten' in voorbereiding was! Eind 1972 werd een subcommissie van de Interdepartementale Stuurgroep Revalidatiebeleid ingesteld, die belast werd met de 'bestudering van mogelijke wettelijke regelen aangaande de bevordering van de toegankelijkheid van openbare voorzieningen voor gehandicapten'. Het eindrapport van deze commissie werd in april 1975 onder de titel 'Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland' goedgekeurd en in januari 1976 gepubliceerd. In het volgende nummer van Toegang Vrij wordt daar verder op ingegaan.


6. 1975: "Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland"

In 1976 publiceerde de Interdepartementale Stuurgroep Revalidatiebeleid het rapport Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland. Het rapport beschreef 'hoe en waar honderdduizenden dagelijks enigerlei vorm van ontoegankelijkheid ervaren in de sfeer van het wonen, werken, schoolgaan, inkopen doen, besteden van vrije tijd en het doen van de huishouding alsmede ten aanzien van vriendenbezoek, kerkgang, verkeer en vervoer veel beperkingen ondervinden, veel tekort komen, veel obstakels ontmoeten. Er wordt al veel aan gedaan, maar er is een echte doorbraak nodig. Toegankelijkheid is een recht. De hele samenleving vaart wel bij toegankelijke gebouwen, verkeers- en andere voorzieningen.

In het rapport werd ervoor gepleit om de aandacht voor een meer toegankelijke samenleving gestructureerder, gecoördineerder en breder aan te pakken. Er was in de zestiger en zeventiger jaren al erg veel werk op dit gebied verzet (in het rapport werd een vrij compleet beeld daarvan geschetst), maar dat werk was nog ongericht en ongecoördineerd en beperkte zich vooral tot de toegankelijkheid van gebouwen voor mensen met een motorische functiebeperking. Er was behoefte aan coördinatie, continuïteit, standaardisatie en prioriteitstelling. Daarbij was er met name een taak weggelegd voor de overheid.

Voorstellen

In het rapport werden zestien voorstellen opgenomen waarmee de overheid aan de slag kon om de toegankelijkheid in Nederland verder te bevorderen. Het eerste voorstel behelsde de vorming van een 'centraal punt dat onder verantwoordelijkheid van de coördinerend bewindsman voor het revalidatiebeleid zorg draagt voor de nodige inzichts- en overzichtsvorming m.b.t. ontoegankelijkheid, voor de programmering, de formulering van onderzoeksopdrachten, voor algemene en specifieke ontwikkeling van normen en gedragsregels, voor het volgen en begeleiden van de realisatie van de voorstellen uit het rapport, voor de voorlichting en stimulering in het algemeen, dit alles in nauw overleg met het desbetreffende particulier initiatief in de functie van meest gerede adviesinstantie.

Andere voorstellen waren:

- het aanpassen van de model-bouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gericht op een betere en concretere bevordering van de toegankelijkheid van alle te bouwen voorzieningen en, voorzover mogelijk, van reeds gebouwde voorzieningen;

- het bevorderen van het toegankelijk maken van de woningbouw en het zoveel mogelijk 'aanpasbaar bouwen' van woningen;

- het opstellen van richtlijnen voor voorzieningen die door de overheid worden gebouwd en/of gesubsidieerd (ziekenhuizen, scholen, overheidskantoren, gemeentelijke accommodaties e.d.)

- het laten maken van een inventarisatie door de Rijksgebouwendienst van nodige en mogelijke verbeteringen en aanpassingen van overheidsgebouwen;

- een uniforme regeling op het gebied van de ontheffing van parkeerverboden en de reservering van invalidenparkeerplaatsen;

- het onderzoeken van de juridische positie van gehandicapten in het verkeer;

- het onderzoeken van de mogelijkheid van de invoering van een systeem van aangepast speciaal openbaar vervoer voor gehandicapten overal in Nederland;

- systematische ondertiteling van bepaalde TV-programma's ten behoeve van slechthorenden en doven;

- in het bouwkundig onderwijs en onderzoek moest op een meer systematische manier aandacht worden besteed aan de problemen die mensen met een handicap in de gebouwde omgeving ondervonden.

Ook bereikbaarheid en bruikbaarheid

In de ideeën van de commissie die het rapport Meer toegankelijkheid uitbracht, klonk al gedeeltelijk een nieuwe toegankelijkheidsvisie door, namelijk de visie van de integrale toegankelijkheid. Deze nieuwe visie zou in de loop van de tachtiger jaren de basis worden van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland. Gebouwen, recreatiemogelijkheden en allerlei andere openbare voorzieningen moesten voor iedereen, dus óók voor mensen met een lichamelijke handicap, toegankelijk zijn. Bovendien moest niet alleen aandacht worden besteed aan de toegankelijkheid, maar ook aan de bereikbaarheid en de bruikbaarheid van die voorzieningen. Een toegankelijk gebouw heeft voor iemand in een rolstoel geen enkel nut als dat gebouw niet ook bereikbaar en bruikbaar is. Er zijn uit deze tijd voorbeelden bekend van nieuwe gebouwen met een prachtig aangepast gehandicaptentoilet op de eerste etage, terwijl er voor gehandicapten geen enkele mogelijkheid was om op die eerste etage te geraken!

CCPT

Een groot aantal van de voorstellen uit het rapport Meer toegankelijkheid zijn in de loop van de tachtiger jaren in mindere of meerdere mate gerealiseerd. De instelling van het Centraal Coördinatiepunt ter bevordering van Toegankelijkheid (CCPT), in december 1980, was een eerste stap op weg naar een grotere overheidsbetrokkenheid bij de toegankelijkheidsproblemen van mensen met een lichamelijke handicap. Het CCPT (waarin de organisaties uit het particulier initiatief een grote stem hadden) zou in latere jaren één van de grootste voorvechters worden van de integrale toegankelijkheidsvisie. Door middel van onderzoek en een veelheid van voorlichtingsmaterialen werd geprobeerd om beleidsmakers en -uitvoerders warm te maken voor de grote voordelen van toegankelijk ontwerpen en bouwen. Door de deskundigheid die in de loop der jaren werd opgebouwd zou het CCPT ook bij de toegankelijkheidsbevordering op Europees niveau een grote rol gaan spelen.

Gehandicapten in de kou? Kom nou!

Al in 1973 had de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie ervoor gepleit om, in het kader van de werkloosheidsbestrijding, werklozen in te zetten bij de bestrijding van ontoegankelijkheid. Dit initiatief werd in 1974 en 1975 gesteund door de Algemene Nederlandse Invaliden Bond (ANIB), de Ombudsman van de VARA, de AVO en een aantal kamerleden. In april 1975 werden in de Tweede Kamer twee moties met algemene stemmen aangenomen met als strekking om 25 miljoen gulden beschikbaar te stellen voor de aanpassing van gebouwen voor gehandicapten in het kader van de werkgelegenheidsprogramma's. Aan de NVR, de ANIB en de AVO werd gevraagd een prioriteitenonderzoek te doen naar de wensen en behoeften van gehandicapten op het gebied van de toegankelijkheidsbevordering. Dit onderzoek, getiteld Gehandicapten in de kou? Kom nou! werd in februari 1976 gepubliceerd. Daaruit kwam naar voren, dat gehandicapten behoefte hadden aan de volgende (in volgorde van belangrijkheid) toegankelijke gebouwen: kerken, winkels, zwembaden, bibliotheken, parken, postkantoren, café's en wegrestaurants, busstations, NS-stations, schouwburgen en bankgebouwen.

Veel onderzoek

Tussen 1975 en 1980 werd door allerhande particuliere organisaties onderzoek gedaan naar verschillende aspecten van de toegankelijkheidsbevordering: de stedebouw, de aanleg van speciale voorzieningen voor gehandicapte sportvissers, voetgangersvoorzieningen, aangepaste vakantiehuisjes en -bungalows, recreatie- en sportmogelijkheden, aangepast openbaar vervoer, enzovoorts. Er verschenen talloze folders, brochures, artikelen, boeken en rapporten over dit onderwerp.

Op lokaal niveau werd de toegankelijkheidsbevordering een belangrijk punt van aandacht. Tussen 1975 en 1980 ontstonden in veel gemeenten, daartoe gestimuleerd door de Provinciale Revalidatie Stichtingen (de latere Provinciale Overlegorganen Gehandicaptenbeleid), lokale gehandicaptenorganisaties die zich richtten op een betere toegankelijkheid en bereikbaarheid van openbare voorzieningen. Deze organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld bij de verbreiding van de integrale toegankelijkheidsgedachte in Nederland.


Tot slot

Zoals gezegd vormde de oprichting van het CCPT het eind van de kinderjaren van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland en het begin van een meer professionele benadering van de toegankelijkheidsproblematiek. De unieke samenwerking binnen het CCPT tussen de overheid en de organisaties uit het maatschappelijke middenveld, tesamen met de inzet van een aantal gedreven 'toegankelijkheidsbevorderaars', zorgde voor een stevige basis voor de pioniersrol die Nederland in de jaren tachtig speelde in de toegankelijkheidsbevordering in Europa.


Bijlagen:

1. Hoogtepunten in de geschiedenis van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland, 1957 - 1980

2. Literatuur over toegankelijkheid, 1957 - 1980


Bijlage 1: Hoogtepunten in de geschiedenis van de toegankelijkheidsbevordering in Nederland, 1957 - 1980

1957 Bouwcirculaire "Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen en in woningen" , Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg.

1960 Rapport "Woningen voor minder validen" (Nederlandse Centrale vereniging voor Gebrekkigenzorg, Prinses Beatrix Fonds, Nederlandse Vereniging voor Rheumatiekbestrijding, Ministerie van Maatschappelijk Werk).

1961 Subsidie op aangepaste woningen van het Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid.

1963 1e druk van het boek "Designing for the disabled" (S. Goldsmith, Engeland).

1964 Rapport "Voorzieningen in openbare gebouwen voor gehandicapten" (Stichting Voorzieningen voor Lichamelijk Gehandicapten, Den Haag)

1967 "Wonen ? Wonen !" , rapport van F.R. Worisek, Provinciale Revalidatie Stichting Zuid-Holland

1967 Rapport "Woningen voor rolstoel-gehandicapten", herziene druk van het rapport "Woningen voor minder-validen" uit 1960 (Uitgegeven door de Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van de Revalidatie)

1967 Brochure "Bruikbaar Bouwen" (Uitgave NCVR)

1967 Brochure "Leefbaarheid", verzonden aan alle gemeenteraadsleden in Nederland (Uitgave NCVR)

1969 Introductie Internationaal Toegankelijkheidssymbool op het congres van de International Society for the Rehabilitation of the Disabled te Dublin

1973 Vademecum voor architecten, richtlijnen voor toegankelijkheid

Geboden Toegang, 1e druk

Circulaire Ministerie van VRO over subsidie woningaanpassingen

1972-1978 Resoluties van de Raad van Europa

1976 Rapport Interdepartementale Stuurgroep Revalidatiebeleid: Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland

1978 Beschikking Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten

1980 Instelling Centraal Coördinatiepunt ter bevordering van Toegankelijkheid


Bijlage 2: Literatuur over toegankelijkheid, 1957 - 1980

TGR = Tijdschrift voor Gebrekkigenzorg en Revalidatie, uitgegeven door de Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg te Amstelveen

TVR = Tijdschrift voor Revalidatie, uitgegeven door de Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van Revalidatie te Den Haag

NCVG = Nederlandse Centrale Vereniging voor Gebrekkigenzorg (1952 - 1964)

NCVR = Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van de Revalidatie (1964 - 1971)

NVR = Nederlandse Vereniging voor Revalidatie (1971 - 1981)

ISR = Interdepartementale Stuurgroep Revalidatiebeleid (1970 - 1979)

ISG = Interdepartementale Stuurgroep Gehandicaptenbeleid (1979 - 1996)

1957

Voor invaliden gebouwde woningen.

In: TGR, 1957, blz. 3-4.

Voorzieningen voor invaliden in openbare gebouwen en in woningen.

In: TGR, 1957, blz. 24-28

Bouw van woningen voor invaliden.

In: TGR, 1957, blz. 145-146.

1960

Woningen voor minder-validen; door C.Ch. Lammers-Koeleman.

In: TGR, 1960, blz. 219-221.

Woningen voor minder-validen, rapport uitgegeven in samenwerking met de NCVG.

Rotterdam, Bouwcentrum, 1960. 50 blz.

Housing for the disabled : dwellings for invalids moving about in wheelchairs , dwellings for invalids moving about with the aid of crutches (Engelse vertaling van "Woningen voor minder-validen").

Rotterdam, Bouwcentrum, 1960. 48 blz.

Design of buildings to permit their use by the physically handicapped; door T.J. Nugent.

New York, New Building Research U.S.A., 1960.

1961

Brief van de Centrale Directie van de Volkshuisvesting en de Bouwnijverheid over steun bij de bouw van woningen voor minder validen.

In: TGR, 1961, blz. 70.

Rijkssubsidie bij de bouw van woningen voor gehandicapten; door D.S. Visser.

In: TGR, 1961, blz. 43-45.

American standard specifications for making buildings and facilities accessible to, and usable by, the physically handicapped.

New York, American Standard Association, 1961.

A study of the accessibility to wheelchair users of buildings in the Stockholm suburb of Högdalen; door H. Müller.

Stockholm, Byggforskningen, 1961.

1962

Building and facility standards for physically handicapped; door H.P. Vermilya.

In: Architectural Record U.S.A., december 1962. Blz. 129

Some aspects of designing for old people. Design bulletin 1.

London, Ministry of Housing and Local Government, 1962.

1963

Aanpassing van woningen aan de behoeften van gehandicapten; door Ir. D.S. Visser.

In: Bouw, 1963, nr. 37 (14 sep), blz. 1172 - 1176.

Designing for the Disabled; a manual of technical information; door Selwyn Goldsmith.

London, Royal Institute of British Architects, 1963. 236 blz.

Public Buildings Accessories for the disabled; door S. Goldsmith.

In: Architects' Journal, 20 maart 1963, blz. 627.

1964

Woningen voor minder-validen in Delft; door J. Buist, J.J. Lavooij en F.R. Worisek.

In: Bouw, 1964, nr. 5 (1 feb), blz. 150 - 154.

Woningen voor rolstoelgebruikers; door F.R. Worisek en J.J. Lavooij.

In: TGR, 1964, blz. 154-158.

Nogmaals: de stoepen; door V.I. van der Does-Enthoven.

In: TGR, 1964, blz. 26-28.

De huisvesting van de minder valide gezien in het licht van zijn optimale ontplooiingsmogelijkheden; uitgave van de Commissie Huisvesting Niet-Bejaarde Invaliden.

Den Haag, NCVR, 1964. 96 blz.

Voorzieningen openbare gebouwen lichamelijk gehandicapten; rapport van de Werkgroep Voorzieningen aan openbare gebouwen ten gerieve van lichamelijk gehandicapten.

Den Haag, Stichting Technische Voorlichting ten behoeve van Lichamelijk Gehandicapten, 1964. 43 blz.

1965

Vervoer gehandicapten naar school en werkplaats; door J. van der Poel.

In: TVR, 1965, blz. 40-42.

Aanpassingen in openbare gebouwen.

In: TVR, 1965, blz. 137-138.

Over ontslag en thuiskomst van gehandicapten; door B.D. Bangma.

In: TVR, 1965, blz. 179-188.

Aangepaste woningen; door A.A. Koopal.

In: TVR, 1965, blz. 453-455.

Gemeenschap moet leren met gehandicapten te kunnen leven; voorzieningen in gebouwen laten nog te wensen over.

In: TVR, 1965, blz. 543-545.

Kerken bouwen zonder barrières; door J.C. van Dongen.

In: TVR, 1965, blz. 533-536.

1966

Een activiteit die navolging verdient; informatie over de Stichting Vervoer Gehandicapten.

In: TVR, 1966, blz. 75-76.

Voorlichting over bouwaanpassingen.

In: TVR, 1966, blz. 336.

Bruikbaar bouwen (brochure).

Den Haag, NCVR, 1966. 16 blz.

1967

De rolstoelkeuken; door Th. K. Molenaar.

In: TVR, 1967, blz. 186.

Richtlijnen voor ontwerp en inrichting van een rolstoelkeuken (ruimtelijke consequenties).

Den Haag, Stichting Voorzieningen Lichamelijk Gehandicapten, 1967. 30 blz.

Woningen voor rolstoel-gehandicapten; een herziene uitgave van het rapport "Woningen voor minder-validen"; door G.N. van Berkel.

In: TVR, 1967, blz. 208.

Woningen voor rolstoel-gehandicapten; documentatie samengesteld door de Nederlandse Centrale Vereniging tot bevordering van de Revalidatie.

Rotterdam, Bouwcentrum, 1967. 51 blz.

Leefbaarheid (informatie voor gemeenten over bouwaanpassingen voor lichamelijk gehandicapten).

Den Haag, NCVR, 1967. 18 blz.

Woon- en leefmogelijkheden voor lichamelijk gehandicapten; verslag van een studiedag, georganiseerd door de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid Zuid-Holland.

In: TVR, 1967, blz. 311-336.

(Dit artikel is ook als brochure verschenen).

1968

Voorzieningen voor gehandicapten in woningen te Dordrecht; door P.J. Koopman.

In: TVR, 1968, blz. 3-8.

De rolstoelkeuken. Rapport van de werkgroep 'Gehandicapte huisvrouw' van de VLG.

Den Haag, VLG, 1968.

De rekreatie in de revalidatie; inleiding gehouden voor de Provinciale Raad Volksgezondheid Utrecht op 26 oktober 1967; door J.C. van Dongen.

In: TVR, 1968, blz. 35-40.

Verheugend bericht (over concept-aanbevelingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten betreffende het opnemen van voorschriften in de modelbouwverordening).

In: TVR, 1968, blz. 117-118.

Het principe van integrale toegang van de gehandicapte tot de samenleving; door H.J. Kuiper.

In: TVR, 1968, blz. 183-185.

Meeste gebouwen nog steeds ontoegankelijk voor gehandicapten; door Th. K. Molenaar.

In: TVR, 1968, blz. 329-338.

Algemene verpleegtehuizen; een verkenning inzake ruimtelijke en technische aspecten. Rotterdam, Stichting Bouwcentrum, 1968.

1969

Vaste parkeerplaats bij huis en werk; Minister op de bres voor lichamelijk gehandicapten.

In: TVR, 1969, blz. 62-64.

Het principe van integrale toegang van de gehandicapte tot onze samenleving-II; door H.J. Kuiper.

In: TVR, 1969, blz. 111-114.

Minimum eisen te stellen aan openbare zweminrichtingen ten gerieve van lichamelijk gehandicapten. Rapport van de Werkgroep Zwembaden.

Den Haag, VLG, 1969.

Zwembaden met mogelijkheden voor gehandicapte zwemmers; door C. Jol.

In: TVR, 1969, blz. 189-192 en blz. 221-222.

1970

Actie toegankelijkheidssymbool; internationaal teken voor gebouwen en terreinen, toegankelijk voor gehandicapten; door J.F. van Leer.

In: TVR, 1970, blz. 80.

Nieuwe subsidie-regeling woningverbetering.

In: TVR, 1970, blz. 99-100.

Aanpassing van gebouwen in diverse gemeenten.

In: TVR, 1970, blz. 100-101.

Motelgids voor gehandicapten; Europawegen E1 en E4.

In: TVR, 1970, blz. 129-131.

Aangepaste zwembaden in Nederland; door C. Jol.

In: TVR, 1970, blz. 213-217.

Mini-lift; geschreven voor medewerkers van de afdeling Arbeidstherapie van het Academisch Ziekenhuis te Leiden.

In: TVR, 1970, blz. 235-237.

Openluchtrecreatie en gehandicapten, I.

Den Haag, NVR, 1970.

Openluchtrecreatie en gehandicapten; door G.F. Hoekstra,

In: TVR, 1970, blz. 239-242.

Vervoer gehandicapten per metro; door J.F. van Leer.

In: TVR, 1970, blz. 287-288.

Toegankelijkheidssymbool; invoering internationaal symbool voor gebouwen en terreinen, toegankelijk voor gehandicapten.

In: TVR, 1970, blz. 311-312.

De diverse woonvormen in het buitenland gepresenteerd; door C.D. Moulijn en J.F. van Leer.

In: TVR, 1970, blz. 321-328.

Toegankelijkheidssymbool.

In: TVR, 1970, blz. 342.

1971

Invoering internationaal symbool voor gebouwen, voorzieningen e.d., toegankelijk voor gehandicapten.

Den Haag, NVR, 1971. Met vragenlijst.

Bouwkundige voorzieningen voor gehandicapten; 23e deel van het Vademecum voor Architecten; richtlijnen verzorgd door de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie.

Den Haag, NVR, 1971. 51 blz.

Vakantiemogelijkheden voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten.

In: Revalidatie, 1971, nr. 1 (jan), blz. 7-18.

Aangepaste woningen; circulaire van het ministerie van VROM dd. 23 december 1970.

In: Revalidatie, 1971, nr. 2 (feb), blz. 21-22.

Uitreiking Zilveren Pluim aan de eigenaar van café-restaurant "'t Schokkerserf" te Nagele (N.O.P.).

In: Revalidatie, 1971, nr. 3 (mrt), blz. 1.

Is aangepast beton een luchtkasteel? Een inventarisatie naar de huisvestingssituatie en wensen van lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studerenden.

Utrecht, Stichting het Nederlands Studenten Sanatorium, april 1971.

Overzicht van de voornaamste punten, die bij de situering, de indeling en de detaillering van een aangepaste woning voor een gehandicapte een rol kunnen spelen.

Arnhem, Stichting voor maatschappelijk werk Gelderland, 1971.

Woonvormen en voorzieningen voor gehandicapten.

In: Plan, april 1971, blz. 41-44.

Drempelvrees; rapport van de werkgroep inzake toegankelijkheid van de Groningse universitaire gebouwen voor lichamelijk gehandicapten en beschouwing van de problemen, die samenhangen met huisvesting, verzorging en vervoer van deze groep.

November 1971.

Tien artikelen in het blad 'Horeca' inzake toegankelijkheid van de horecasector; door Ir. J.J. Bos, 1971/1972.

Film: Onverschillig-Onnadenkend, ca. 15 min. CRM/Socutera, 1971.

1972

Openluchtrecreatie en gehandicapten, II.

Den Haag, Nederlandse Vereniging voor Revalidatie en de Stichting Recreatie, 1972.

Openbaar vervoer: exclusief?

In: Openbaar vervoer, maart 1972, blz. 76-90.

Belangen van gehandicapten bij bouwkundige voorzieningen; door ing. J.F. van Leer.

In: Gemeentewerken, juni 1972.

Richtlijnen bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van banken en andere kantoren waar veel publiek komt.

Den Haag, NVR, augustus 1972. 5 blz.

Punten inzake inleiding probleem woonvoorzieningen gehandicapten; door J.F. van Leer.

Den Haag, NVR, november 1972. 2 blz.

1973

Barrieres voor gehandicapten; bouwkundige belemmeringen en voorstellen tot verbetering; door J.F. van Leer. Overdruk uit Intermediair, 12 januari 1973.

Uitgegeven door de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie, 1973. 8 blz.

Geboden Toegang; gegevens betreffende de aanpassing van gebouwen, woningen en recreatieve voorzieningen t.b.v. gehandicapten.

Samengesteld door de Adviescommissie Huisvesting van de NVR

Den Haag, Nederlandse Vereniging voor Revalidatie in samenwerking met de Stichting Aanpassingen voor Gehandicapten (v/h VLG), maart 1973. 152 blz.

Geboden Toegang, onderwijseditie.

Den Haag, NVR, 1973. 66 blz.

Architectural Facilities for the Disabled; vertaling van Geboden Toegang.

International Centre on Technical Aids, Housing and Transportation in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie, mei 1973. 34 blz.

De gehandicapte in het verkeer.

In: Verkeerstechniek, september 1973, blz. 434-441.

1974

Richtlijnen ten aanzien van bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van hotels/motels/restaurants.

Den Haag, NVR, maart 1974. 18 blz.

Wonen; zelfstandig wonen voor gehandicapten; brochure bij de gelijknamige film van Jonne Severijn; door J.F. van Leer. (De film werd op 21 december 1974 op tv uitgezonden door de NCRV).

De gehandicapte in het verkeer, regels en tips.

Hilversum/Den Haag, Veilig Verkeer Nederland en NVR, 1974. 34 blz.

Geluidsinstallaties voor slechthorenden in kerken, vergaderzalen en openbare gebouwen.

In: Revalidatie, maart 1974, blz. 17-20.

1975

Geldelijke steun voor voorzieningen aan woningen voor lichamelijk gehandicapten; circulaire MG 75-1 van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; januari 1975.

Aangepaste woningen voor lichamelijk gehandicapten; folder.

Den Haag, Ministerie van VRO, 1975.

Vakantie '75; vakantiegids met gegevens over groepsvakanties en individuele mogelijkheden.

Den Haag, NVR, 1975. 48 blz.

Toeristische verblijfsaccommodaties; richtlijnen t.a.v. bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van hotels, motels, pensions en restaurants.

Den Haag, NVR, 1975. 16 blz.

Obstakels voor gehandicapte Hagenaars; resultaten van een mondelinge enquete onder motorisch gehandicapten, visueel gehandicapten en inspanningsgehandicapten; door Gerrit J. Krottje en Joke Zwaard.

Den Haag, Nederlands Instituut voor Maatschappelijk Werk Onderzoek, maart 1975. 300 blz.

Maak Nederland obstakelvrij; door J.F. van Leer.

Den Haag, NVR, maart 1975. 16 blz.

Meer toegankelijkheid voor gehandicapten in Nederland; rapport van de op 30 november 1972 ingestelde subcommissie van de Interdepartementale Stuurgroep Revalidatiebeleid inzake bestudering van mogelijke wettelijke regelen aangaande de bevodering van de toegankelijkheid van openbare voorzieningen voor gehandicapten.

Den Haag, Staatsuitgeverij, april 1975. 193 blz.

Wonen? Wonen! Woningen voor rolstoelgebruikers; 4e herziene druk; door F.R. Worisek.

Den Haag, Stichting Revalidatie Zuid-Holland, 1975. 56 blz.

Voorzieningen voor gehandicapten langs rijkswegen (benzinestations en wegrestaurants).

Den Haag, NVR en ANWB, april 1975. 2 blz. (Kaart)

1976

1977

1978

1979

Na 1980:

1983 7e geheel herziene druk Geboden Toegang

1984 Beleidsnota van het Nationaal Orgaan Gehandicaptenbeleid over toegankelijkheid

Handboek Verkeersvoorzieningen voor mensen met een handicap

1985 Symposium over aanpasbaar bouwen

Start Experiment Aanpasbaar Bouwen Nationale Woningraad

1988 Aanbevelingen voor Stedelijke Verkeersvoorzieningen (ASVV), derde druk, met daarin opgenomen het Handboek Verkeersvoorzieningen voor mensen met een handicap

1989 Nederlandse Norm Toegankelijkheid van gebouwen en buitenruimten, NEN-1814

Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten-1989

10e druk Geboden Toegang

1990 Europees handboek toegankelijkheid

Europees Congres Technology and Accessibility

Aktieweek "Openbaar voor iedereen", 8 - 15 oktober

1991 Afronding Experiment Aanpasbaar Bouwen

1992 Bouwbesluit

Nederlandse Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid van gebouwen en buitenruimten NPR-1815

Nationaal Informatiesysteem Toegankelijkheid